ECLI:NL:GHARL:2019:8279

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
8 oktober 2019
Zaaknummer
200.259.610/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 335 RvArt. 143 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken verzet tegen verstekvonnis

Appellant werd in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet was verschenen, waarna verstek werd verleend en de vorderingen van Stichting Domesta werden toegewezen. Domesta had onder meer gevorderd dat appellant de tuin van de woning ontdoet van zaken en zich onthoudt van onrechtmatig gebruik. Appellant tekende hoger beroep aan tegen het verstekvonnis, maar volgens het hof was het juiste rechtsmiddel verzet bij de kantonrechter.

Tijdens de comparitie van partijen op 26 september 2019 werd vastgesteld dat het hoger beroep niet ontvankelijk was. Het hof oordeelde dat het vonnis van de kantonrechter een verstekvonnis was waartegen alleen verzet openstond. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd appellant veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

Het arrest van 16 juli 2019 werd overgenomen, en het vonnis van 12 februari 2019 bleef in stand. De kosten aan de zijde van Domesta werden vastgesteld op een totaal van €1.500,-. Het arrest werd op 8 oktober 2019 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van verzet tegen verstekvonnis.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.259.610/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7399546)
arrest van 8 oktober 2019
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. S. Looden, kantoorhoudend te Assen,
tegen
Stichting Domesta,
gevestigd te Emmen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
Domesta,
advocaat: mr. P. Keijzer, kantoorhoudend te Emmen.
Het arrest van 16 juli 2019 wordt hier overgenomen.

1.Het verdere procesverloop in hoger beroep

1.1
Ter uitvoering van het tussenarrest van 16 juli 2019 heeft op 26 september 2019 een enkelvoudige comparitie van partijen (na aanbrengen) plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
1.2
Ter zitting van 26 september 2019 hebben partijen op korte termijn arrest gevraagd, met name over de vraag of [appellant] ontvankelijk is in het hoger beroep, te wijzen op het procesdossier.
1.3
Arrest is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
Bij inleidende dagvaarding in eerste aanleg heeft Domesta de hierna volgende vorderingen ingesteld tegen [appellant] :
1. een verklaring voor recht dat [appellant] onrechtmatig handelt jegens Domesta in haar kwaliteit als verhuurder van de woning aan de [a-straat 1] te [A] door de bij die woning behorende tuin te vervuilen dan wel te gebruiken voor de stalling van allerhande zaken die niet in een siertuin thuishoren;
2. primair een veroordeling van [appellant] om de tuin van de woning te ontdoen van zaken die hem toebehoren en de woning te verlaten, subsidiair een veroordeling van [appellant] om de tuin van de woning te ontdoen van zaken die hem toebehoren en een veroordeling van [appellant] zich te onthouden van het zonder toestemming van Domesta plaatsen en/of achterlaten van zaken in de tuin die daar niet thuishoren, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3. een veroordeling van [appellant] tot betaling van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente;
4. veroordeling van [appellant] tot betaling van de proceskosten.
2.2
[appellant] is in de procedure in eerste aanleg niet verschenen en de kantonrechter heeft tegen hem verstek verleend. Bij vonnis van 12 februari 2019 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de vorderingen van Domesta hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en derhalve worden toegewezen. De veroordelingen in het bestreden vonnis van
12 februari 2019 zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2.3
Gesteld noch gebleken is dat het bestreden vonnis ten aanzien van [appellant] (formeel of materieel) niet is te beschouwen als verstekvonnis. Dit betekent dat tegen het vonnis van 12 februari 2019 op grond van art. 335 Rv Pro in samenhang met art. 143 Rv Pro enkel het rechtsmiddel van verzet heeft opengestaan. Gelet hierop zal [appellant] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
2.4
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van Domesta (salaris advocaat: 1 punt in tarief I).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van Domesta tot aan dit arrest vast op € 741,- aan verschotten en op € 759,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 oktober 2019.