Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant ] ,
[appellant .],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In augustus 2013 sloten partijen een overeenkomst voor levering en aanbrengen van een troffelvloer. Na scheurvorming in de vloer bracht Invedra in 2014 een nieuwe laag aan, maar ook deze vertoonde gebreken. Beide partijen schakelden deskundigen in die concludeerden dat de vloer verwijderd moest worden.
Invedra stelde dat de scheurvorming veroorzaakt werd door een houtkachel die direct op de vloer stond, waarvan zij niet op de hoogte was. Het hof oordeelde dat Invedra niet tekortgeschoten was bij de eerste vloer omdat zij niet wist van de houtkachel en de vloer voldeed aan de overeenkomst. De tweede vloer was ondeugdelijk aangebracht, maar Invedra bood kosteloos herstel aan.
Omdat Invedra de mogelijkheid tot herstel kreeg en [appellant] deze niet accepteerde, was ontbinding van de overeenkomst onterecht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellant] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de ontbinding en schadevergoeding af omdat Invedra niet tekortgeschoten is en herstel is aangeboden.