Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant 1] VOF,
[appellant 2],
[appellant 3],
[appellant 4],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een CAR-verzekering afgesloten door de verzekeringnemer voor de verbouwing van een varkensschuur die zij zelf uitvoerde. Tijdens de werkzaamheden stortte het dak en de muren van de schuur in. Achmea weigerde dekking op grond van artikel 4 lid 3 van Pro de polisvoorwaarden, waarin is bepaald dat schade niet verzekerd is indien niet de normale zorgvuldigheid is betracht.
De rechtbank stelde vast dat de verzekeringnemer onvoldoende maatregelen had getroffen om het wegvallen van constructief dragende tussenwanden op te vangen, hetgeen leidde tot het instorten van de schuur. De verzekeringnemer voerde tegenbewijs, maar slaagde daar niet in. In hoger beroep betwistte zij onder meer de geldigheid van de uitsluitingsclausule en voerde zij aan dat Achmea zorgplicht had om haar te wijzen op de vereiste zorgvuldigheid.
Het hof oordeelde dat artikel 4 lid 3 een Pro kernbeding is en rechtsgeldig overeengekomen. De stelplicht en bewijslast voor het niet in acht nemen van normale zorgvuldigheid rustten op Achmea, die dit overtuigend aannam met een deskundigenrapport. De nieuwe grief over een zorgplicht van Achmea werd niet ontvankelijk verklaard. De grieven faalden en het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen en veroordeelde de verzekeringnemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van de verzekeringnemer af wegens onvoldoende zorgvuldigheid.