Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z] , Hongarije(hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor [B](hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een eenmanszaak gevestigd in Hongarije, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2013 tot en met 2015. De Inspecteur stelde dat belanghebbende een vaste inrichting in Nederland had, waardoor de verleggingsregeling niet van toepassing was en volledige OB verschuldigd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat belanghebbende een vaste inrichting had aan een bedrijfsadres in Nederland met voldoende duurzaamheid, personeel en technische middelen. Het Hof achtte de correcties van de Inspecteur op de omzet en belastingaanslagen aannemelijk, onder meer gebaseerd op suppletieaangiften, VIES-gegevens en jaarrekeningen. De naheffingsaanslag werd verminderd met een foutief berekend bedrag.
Het verzoek om schadevergoeding van belanghebbende werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en omdat de schade betrekking had op een periode na de aanslag. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente verminderd.
Uitkomst: Het Hof vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting tot € 43.488, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.