ECLI:NL:GHARL:2019:680
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep sociale zekerheidsfraude met benadelingsbedrag onder 50.000 euro
Verdachte is vervolgd voor sociale zekerheidsfraude waarbij het benadelingsbedrag is vastgesteld op €37.227,38, lager dan de in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude vastgestelde grens van €50.000 voor strafrechtelijke vervolging. Volgens deze Aanwijzing worden dergelijke zaken in beginsel bestuurlijk afgedaan, tenzij uitzonderingssituaties zich voordoen.
Tijdens het onderzoek zijn strafrechtelijke dwangmiddelen toegepast, zoals aanhouding en observatie, en is geen bestuurlijke sanctie opgelegd. De advocaat-generaal stelde daarom ontvankelijkheid voor, maar het hof oordeelde dat de toepassing van strafrechtelijke dwangmiddelen alleen geen uitzondering vormt die strafrechtelijke vervolging rechtvaardigt. Tevens heeft verdachte een substantieel deel van het benadelingsbedrag terugbetaald, wat de mogelijkheid tot oplegging van een bestuurlijke boete niet uitsluit.
Het hof concludeert dat geen van de uitzonderingssituaties uit de Aanwijzing zich voordoen en dat verdachte in strijd met de Aanwijzing is vervolgd. Op grond van de beginselen van behoorlijke procesorde en bindende werking van de Aanwijzing verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens sociale zekerheidsfraude.
De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 januari 2019, waarbij het hof het vonnis van de politierechter in hoger beroep heeft beoordeeld en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens sociale zekerheidsfraude met een benadelingsbedrag onder €50.000.