Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
de gegevens van de MRI(?) test van hem en moeder mag ontvangen”, en waarin zij de huisarts heeft verzocht de gegevens digitaal aan haar te doen toekomen. Deze verklaring is door haarzelf en door [vader] ondertekend. Gelet op deze verklaring en op de aanwezigheid van [vader] zelf in de huisartspraktijk gaat het hof ervan uit dat mag worden verondersteld dat [vader] zijn toestemming zou hebben gegeven als hij zich had kunnen uitlaten over inzage in zijn medisch dossier, ook na zijn overlijden. Daarnaast is het hof op grond van de niet bestreden stellingen van [appellante] van oordeel dat in de onderhavige omstandigheden van het geval voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat een ander zwaarwegend belang - het belang bij een eerlijke verdeling van zijn nalatenschap tussen de kinderen - geschaad zou kunnen worden. Tevens acht het hof gelet op die omstandigheden voldoende aannemelijk dat het medisch dossier daarover opheldering zou kunnen geven en dat deze opheldering niet op andere wijze kan worden verkregen. Het hof volgt daarbij [appellante] in haar stelling dat er bijvoorbeeld geen (onbevooroordeelde) personen uit de directe omgeving van [vader] als getuige gehoord kunnen worden. [moeder] staat onder bewind, [kind 3] en [partner van kind 3] hebben mogelijk andere belangen en [kind 2] heeft, naar onweersproken is gesteld, zich aan de zijde van [kind 3] en [partner van kind 3] geschaard. Zonder medische informatie zal de rechter in de voornoemde procedure zich geen of een minder goed beeld kunnen vormen van de wilsbekwaamheid dan wel eventuele wilsgebreken of beïnvloedbaarheid van [vader] .