Uitspraak
VBG,
't Schienvat,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
"Dag [C] , Dank voor het verslag waarin de afspraken keurig worden weergegeven. Tevens dank voor jullie flexibiliteit zodat we met elkaar door kunnen gaan. Een goede Kerst en een gezegend 2013 gewenst!”
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
Van de zijde van ’t Schienvat is in dat gesprek te kennen gegeven dat zij een contract van 5 jaar wilde. Ik kan me niet herinneren dat we hebben gezegd dat wij dat niet wilden, maar wij hebben ook niet volmondig ja gezegd.” De getuige [E] kon zich op dit punt niet meer herinneren wat tussen partijen is afgesproken. Deze verklaringen weerspreken het door ’t Schienvat bijgebrachte bewijs niet. De verklaring van ds. [F] dat VBG heeft gezegd dat hij voor onbepaalde tijd wilde huren en dat ’t Schienvat niet op een 10 jaars dan wel een 5 jaarscontract heeft aangedrongen, legt naar het oordeel van het hof niet een zodanig gewicht in de schaal dat op grond daarvan moet worden geoordeeld dat ’t Schienvat niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. Het hof merkt daarbij nog op dat de getuigen [D] en [C] hebben aangegeven dat ’t Schienvat een contract voor vijf jaar wilde en dat geen van de andere getuigen heeft verklaard dat VBG heeft aangedrongen op een contract voor onbepaalde tijd, laat staan dat ’t Schienvat daarmee heeft ingestemd.