Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
"Wanneer er ten aanzien van bovenstaande voorwaarden onvoldoende vorderingen worden gemaakt zal er alsnog tot ontruiming en ontbinding van het huurcontract worden overgegaan", aldus de laatste bepaling van de woonvoorwaarden.
"Op 13 juli 2016 heeft [partner] de huur opgezegd van de woning [adres 1] . Met ingang van 14 augustus 2016 komt de huurovereenkomst alleen op uw naam te staan. (…)"
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
"Wanneer er ten aanzien van bovenstaande voorwaarden onvoldoende vorderingen worden gemaakt zal er alsnog tot ontruiming en ontbinding van het huurcontract worden overgegaan". Ook wordt in de woonvoorwaarden melding gemaakt van 'de lopende huur'. Een en ander veronderstelt volgens [appellante] dat ook in de visie van Talis met het sluiten van de woonvoorwaarden een nieuwe huurovereenkomst tot stand is gekomen.
"Een van beiden kan vertrekken, voor degene die blijft wonen komt er een nieuwe vaststellingsovereenkomst en aangescherpte voorwaarden waarvoor getekend moet worden".Hierin wordt niet gesproken van een nieuwe huurovereenkomst. Ook heeft Talis, gelet op punt 6 van het verslag, tijdens de bespreking laten weten dat
"de ontruiming onveranderd vast staat".
"Er is een maximum van 2 huisdieren."Bij brief aan [appellante] van 24 september 2015 (zie hiervoor 3.5) heeft Talis aangezegd dat [appellante] in het geheel geen huisdieren meer mocht houden omdat zij de woonvoorwaarden niet naleefde.
"Eén van de hulpverleners is op 29 juni 2016 in de woning geweest. Er worden twee katten in de woning aangetroffen. (…) Tevens stonden in de keukenkast twee hondenbakken met frites en resten frikandel".In rechtsoverweging 5.3 van dat vonnis overweegt de voorzieningenrechter vervolgens dat [appellante] zich niet aan de woonvoorwaarden heeft gehouden (onder meer) door een hondje en twee katten in de woning te houden. Dat [appellante] na het overeenkomen van de woonvoorwaarden van 9 december 2014 in de woning drie huisdieren hield blijkt eveneens uit het als productie 10 bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte gespreksverslag van 30 juni 2016. Daarin is op bladzijde 2 te lezen dat [partner] tijdens het gesprek heeft gezegd dat [appellante] en haar vader twee maanden eerder twee katten hadden opgehaald die bij hen ( [partner] en [appellante] ) wonen en voorts, onder punt 4 van het verslag, dat zij een klein hondje hebben aangeschaft.