Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
partij 1de man en met
partij 2de vrouw wordt bedoeld:
1. Overeenkomst
4.De omvang van het geschil
primairzal bepalen dat de schuld wordt toegerekend aan de man, en de man de schuld als eigen schuld voor zijn rekening moet nemen, met veroordeling van de vrouw tot betaling aan de man voor een bedrag van € 10.993,28 zijnde de helft van de genoemde schuld;
subsidiairzal verklaren voor recht dat, ten aanzien van de rekening-courant van de vennootschap, partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld die partijen aan de vennootschap hebben;