Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.De slotsom
€ 941
€ 1.952
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder centraal wegens het onterecht afmelden van een werknemer bij een pensioenfonds en het niet afdragen van pensioenpremies. De stichting vorderde betaling van € 12.936,75 vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter wees deze vordering af, maar het gerechtshof stelde de stichting in het gelijk.
De bestuurder was (middellijk) bestuurder van twee vennootschappen die verplicht waren aangesloten bij de stichting. De echtgenote van de bestuurder was tot 1997 werknemer bij deze vennootschappen, maar werd onterecht afgemeld bij het pensioenfonds, waarna geen premies meer werden betaald. De vennootschappen waren financieel in zwaar weer en deden geen melding van betalingsonmacht aan het pensioenfonds, wat wettelijk verplicht was.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 23 van Pro de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en het niet doen van de verplichte melding. De bestuurder had onvoldoende gemotiveerd betwist dat het niet melden aan hem te wijten was. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de bestuurder tot betaling van de pensioenpremies, rente en proceskosten.
Uitkomst: De bestuurder wordt persoonlijk aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van € 12.936,75 plus rente en kosten wegens niet-afgedragen pensioenpremies.