Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Beslissing van 13 juni 2019
[verzoeker] ,
verzoeker,
mr. R.E. Weening, mr. I.F. Clement en mr. A.G.J. van Wassenaer van Catwijck,
Het verloop van de procedure
Ontvankelijkheid
NJ1999/271).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In een civiele procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheren van het hof. Dit verzoek werd gedaan nadat op 20 maart 2019 een mondelinge zitting had plaatsgevonden en partijen waren geïnformeerd dat het arrest op 28 mei 2019 zou worden gewezen.
Het wrakingsverzoek werd niet door een advocaat ondertekend, terwijl de wet vereist dat processtukken, waaronder wrakingsverzoeken, door een advocaat worden ingediend. Verzoeker stelde dat hij zonder advocaat bevoegd was tot wraking omdat hij zelf zijn zaak ter zitting mocht bepleiten, maar dit standpunt werd verworpen.
Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien verzoeker al op de zitting was geïnformeerd over de planning van het arrest en er geen gegronde reden was voor de vertraging. Ook het argument van verzoeker dat hij onjuist had verondersteld dat er nog een mondelinge behandeling zou plaatsvinden, werd niet aanvaard.
Ten slotte werd overwogen dat het wrakingsverzoek, zelfs indien ontvankelijk, niet gegrond zou zijn verklaard. Verzoeker had na de zitting positief gereageerd op de behandeling door de raadsheren en er was geen aanwijzing voor partijdigheid. De wrakingskamer besloot het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaatsondertekening en te late indiening.