Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben een minderjarige dochter die sinds januari 2017 in een netwerkpleeggezin verblijft. De vader was op grond van een eerdere beschikking verplicht een maandelijkse bijdrage te betalen voor verzorging en opvoeding van het kind.
De vader verzocht om de onderhoudsbijdrage met ingang van 8 maart 2017 op nihil te stellen, omdat volgens hem de moeder haar kosten voor het kind dekt uit het kindgebonden budget en de pleegzorgvergoeding, en hij betwistte dat zij zelf kosten maakt.
Het hof oordeelde dat de behoeftebepaling anders moet plaatsvinden nu het kind in een pleeggezin woont en de moeder alleen nog de kosten die zij zelf maakt voor het kind kan claimen. De moeder stelde deze kosten op € 329,- per maand en ontving een kindgebonden budget van € 352,- per maand. Gezien de pleegzorgvergoeding die de pleegmoeder ontvangt en de kosten die zij maakt, achtte het hof het redelijk om het kindgebonden budget in mindering te brengen op de door de moeder gemaakte kosten.
Hierdoor resteert geen behoefte meer waarvoor de vader moet bijdragen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de bijdrage van de vader per 8 maart 2017 op nihil. Tevens ontstond een terugbetalingsverplichting van de moeder voor reeds betaalde bedragen, waarvan het hof aannam dat deze in redelijkheid kan worden nagekomen.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader wordt per 8 maart 2017 op nihil gesteld.