Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert appellant schadevergoeding van geïntimeerde, een zelfstandige zorgverlener, wegens een vermeend onterechte melding van kindermishandeling bij Veilig Thuis. De zorg betrof de minderjarige zoon van appellant met een ernstige darmaandoening. Appellant stelt dat hij door de melding vermogensschade heeft geleden vanwege annulering van zakelijke afspraken en tijdverlies.
De kantonrechter wees de vordering af omdat appellant zijn schade onvoldoende had toegelicht en onderbouwd. In hoger beroep bevestigt het hof dat appellant geen bewijs van tijdige betekening van een eiswijziging heeft geleverd en dat de grondslag van de oorspronkelijke eis geldt. Het hof oordeelt dat de schade niet gespecificeerd is en dat de verklaringen die appellant overlegt niet toereikend zijn om de gevorderde schade te staven.
Daarnaast wijst het hof op tegenbewijs van geïntimeerde dat zij nooit gelegenheid heeft gehad te reageren op de incassokosten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De schadevordering van appellant wegens onterechte melding kindermishandeling wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.