Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in het incident
4.De beslissing
4 juni 2019voor memorie van antwoord (ambtshalve peremptoir);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vorderde SONA, reeds in eerste aanleg als partij gevoegd aan de zijde van AT Osborne, zich in hoger beroep wederom te mogen voegen bij AT Osborne. Het hof oordeelde dat voeging op grond van artikel 217 Rv Pro ook in hoger beroep mogelijk is, maar dat een reeds gevoegde partij het recht heeft zelfstandig hoger beroep in te stellen. SONA had dit recht niet uitgeoefend. Voeging kan niet worden gebruikt om het verzuim van het instellen van hoger beroep te herstellen.
Het hof verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en stelde vast dat SONA als partij in eerste aanleg gold. Omdat AT Osborne wel hoger beroep had ingesteld, maar SONA niet zelfstandig, was SONA niet-ontvankelijk in haar verzoek tot voeging in hoger beroep. Berenschot had geen eigen hoger beroep ingesteld en berustte in de afwijzing van haar vorderingen.
Het hof veroordeelde SONA in de kosten van het incident en stelde de hoofdzaak aan voor memorie van antwoord op 4 juni 2019. De beslissing onderstreept het belang van tijdige en zelfstandige rechtsmiddelen door reeds gevoegde partijen in hoger beroep.
Uitkomst: SONA wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot voeging in hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het incident.