Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot schorsing van de uithuisplaatsing van een minderjarige en een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk het gezag uit. De minderjarige verbleef sinds augustus 2015 bij de vader en grootouders, maar is in januari 2019 onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst in een 24-uursaccommodatie.
Het hof heeft in hoger beroep het verzoek van de vader tot schorsing van de uithuisplaatsing behandeld. Tijdens de procedure is gebleken dat er onder begeleiding van Youké gesprekken zijn gestart tussen de minderjarige en de moeder, en dat er wekelijkse bezoeken van de vader en grootouders plaatsvinden. Er zijn afspraken gemaakt over ambulante begeleiding en voorwaarden voor terugplaatsing naar de vader en grootouders.
Het hof weegt het belang van de minderjarige bij het behoud van de bestaande situatie zwaarder dan het belang van de gecertificeerde instelling bij voortzetting van de uithuisplaatsing. Daarom wordt de schorsing van de uithuisplaatsing toegewezen. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat het belang van de minderjarige dit op dit moment niet vereist, mede gelet op het NIFP-rapport en de lopende hulpverlening.
Uitkomst: Het hof schorst de uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af.