Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2016 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, zijn levensgezel, [benadeelde 1] , heeft mishandeld door die [benadeelde 1] , in voornoemde periode, meermalen, althans eenmaal, (met kracht)
hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2016 tot en met 20 mei 2016, althans in het jaar 2016, te [plaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, te weten (via digitale overschrijving)
hij in of omstreeks 1 december 2015 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] en/of (elders) in Nederland [benadeelde 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [benadeelde 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten
hij in of omstreeks 1 augustus 2014 tot en met 13 juni 2015 te [plaats] , en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2] , hebbende verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,
hij in of omstreeks 1 december 2015 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] , en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] , hebbende verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,
Overweging met betrekking tot het bewijs van de zaak met parketnummer
18-720141-16 feit 1
begaan tegen zijn levensgezel, bewezen kan worden verklaard.
- of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding
- de duur van de gemeenschappelijke huishouding
- of er een relatie van affectieve aard is, en met name:
- of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.
Overweging met betrekking tot het bewijs van de zaak met parketnummer
18-730429-16 feiten 1 en 2
Bewezenverklaring
hij in de periode van 23 februari 2016 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] , meermalen, zijn levensgezel, [benadeelde 1] , heeft mishandeld door die [benadeelde 1] , in voornoemde periode met kracht
hij in de periode van 24 maart 2016 tot en met 20 mei 2016, te [plaats] , meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan [benadeelde 1] , te weten (via digitale overschrijving)
hij in 1 december 2015 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] , door geweld of enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [benadeelde 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten
hij in 1 augustus 2014 tot en met 13 juni 2015 te [plaats] , meermalen, door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2] , hebbende verdachte in voornoemde periode
hij in de periode van 1 december 2015 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] , meermalen, door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] , hebbende verdachte in voornoemde periode
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
meermalen gepleegd.
meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Oplegging van maatregel
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering tot tenuitvoerlegging
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 19.601,00 (negentienduizend zeshonderdéén euro) bestaande uit € 4.601,00 (vierduizend zeshonderdéén euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 19.601,00 (negentienduizend zeshonderdéén euro) bestaande uit € 4.601,00 (vierduizend zeshonderdéén euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
133 (honderddrieëndertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 18.714,31 (achttienduizend zevenhonderdveertien euro en eenendertig cent) bestaande uit € 1.714,31 (duizend zevenhonderdveertien euro en eenendertig cent) materiële schade en € 17.000,00 (zeventienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 18.714,31 (achttienduizend zevenhonderdveertien euro en eenendertig cent) bestaande uit € 1.714,31 (duizend zevenhonderdveertien euro en eenendertig cent) materiële schade en € 17.000,00 (zeventienduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
128 (honderdachtentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.