Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan het
gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de waardepeildatum 1 januari 2016, die was vastgesteld op €535.000. De rechtbank had de waarde reeds verminderd tot €495.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en beoordeeld of de door de heffingsambtenaar verdedigde waarde van €495.000 aannemelijk was. De heffingsambtenaar baseerde zich op drie referentiepanden, waarvan het meest vergelijkbare pand aan de [a-straat] 76 was, dat voor €450.000 was verkocht. Het hof vond dat de heffingsambtenaar onvoldoende had toegelicht waarom de waarde van €495.000 hoger zou moeten zijn dan de verkoopprijs van dit vergelijkbare pand, mede gezien verschillen in perceelgrootte en aanbouw.
Belanghebbende had een lagere waarde van €437.000 onderbouwd met een taxatiekaart en hield rekening met betere kwaliteit en voorzieningen van zijn woning. Het hof achtte deze onderbouwing aannemelijk en verklaarde het hoger beroep gegrond. De WOZ-waarde werd verlaagd tot €437.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. A.I. van Amsterdam en mr. P.L.M. van Gorkom, in aanwezigheid van griffier dr. J.W.J. de Kort.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd tot €437.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.