Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Van Hijfte,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft appellant nagelaten tijdig een nieuwe advocaat te stellen en de memorie van grieven in te dienen, ondanks meerdere uitstelverzoeken. Hierdoor is de zaak ambtshalve doorgehaald op de rol van 9 april 2019.
De advocaat van geïntimeerde heeft appellant per brief geïnformeerd dat de zaak op de rol van 30 april 2019 zou worden opgebracht en om arrest zou worden gevraagd. Het hof oordeelt echter dat deze brief niet voldoet aan de vereisten van artikel 8.3 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken (Lpr), omdat daarin niet expliciet is vermeld dat appellant op die datum een nieuwe advocaat moest stellen en de memorie van grieven moest nemen, met een duidelijke aanzegging over de gevolgen bij nalaten.
Gelet op de verstrekkende gevolgen van het niet correct aanzeggen, had van de advocaat van geïntimeerde verwacht mogen worden dat hij een duidelijke aanzegging zou doen, zeker omdat appellant geen advocaat meer had. Het hof concludeert dat de procedure niet correct is hervat en bepaalt daarom dat de zaak ambtshalve wordt doorgehaald.
Uitkomst: De zaak wordt ambtshalve doorgehaald wegens niet tijdig stellen van advocaat en memorie van grieven.