Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de beëindiging van het gezamenlijk gezag over een minderjarige, geboren in 2010, na ontbinding van het huwelijk van de ouders in 2012. De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar alleen met het gezag te belasten. De rechtbank wees dit verzoek in november 2018 toe, waarna de vader hiertegen hoger beroep instelde.
In hoger beroep heeft het hof het verzoek van de moeder bekrachtigd. Het hof overwoog dat voor gezamenlijk gezag een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen ouders vereist is, wat in deze zaak ontbreekt. De vader vertoont een langdurige psychische problematiek, waaronder borderline en narcistische persoonlijkheidsstoornis, wat heeft geleid tot onvoorspelbaar gedrag en escalaties met de moeder.
Deze situatie heeft geleid tot angstklachten bij de minderjarige, die inmiddels onder behandeling is van een kinderpsycholoog. Het hof acht het in het belang van het kind noodzakelijk dat het gezag aan één ouder wordt toegekend, waarbij de moeder het gezag krijgt toegewezen om rust en stabiliteit te waarborgen. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt aan de moeder toegekend.