Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende heeft meerdere verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting ingediend over de periode 2003 tot en met 2009, die door de Inspecteur als te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard zijn. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende, maar het Gerechtshof vernietigt deze uitspraken en verklaart de bezwaren ongegrond wegens niet-tijdige indiening.
Het geschil betreft de vraag of belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de voldoening op aangifte en of zij de negatieve bedragen aan omzetbelasting op creditfacturen in een later tijdvak mag verrekenen. Het Hof stelt dat de wettelijke termijnen strikt gelden en dat een latere ontdekking van naheffingsaanslagen loonheffingen geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert.
Verder oordeelt het Hof dat verzoeken om ambtshalve teruggaaf niet aan de bestuursrechter kunnen worden voorgelegd, maar alleen aan de civiele rechter. De negatieve bedragen op creditfacturen kunnen niet in een later tijdvak worden meegenomen, omdat het belastbare feit en het tijdstip van verschuldigdheid niet wijzigen door latere correcties.
Het Hof vernietigt de eerdere uitspraak over proceskostenvergoeding aan belanghebbende en wijst het hoger beroep ongegrond, terwijl het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond wordt verklaard. De klacht over de duur van de procedure wordt verworpen omdat de redelijke termijn niet is overschreden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bezwaren tegen de voldoening op aangifte zijn niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.