Uitspraak
[appellant],
Zorgkantoor,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant vernietiging van het vonnis van de kantonrechter dat hem veroordeelde tot terugbetaling van een persoonsgebonden budget (PGB) van €18.371,24, omdat hij geen verantwoording had afgelegd over de besteding.
Het hof stelt vast dat de beschikking tot terugvordering formele rechtskracht heeft gekregen, aangezien appellant geen tijdig rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de bestuursrechtelijke beslissingen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op dit beginsel rechtvaardigen.
De grieven van appellant falen, waaronder een veeggrief die niet inhoudelijk wordt behandeld. Het bewijsaanbod wordt gepasseerd omdat het niet tot een andere uitkomst kan leiden.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, waarbij het Zorgkantoor een vergoeding van €3.026,- wordt toegekend.
De comparitie wordt niet begroot omdat het Zorgkantoor niet is verschenen en appellant heeft geen verantwoording overgelegd ondanks daartoe geboden gelegenheid.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af wegens formele rechtskracht van de beschikking tot terugvordering PGB.