Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de partneralimentatie moest worden aangepast vanwege het ontslag van de man bij zijn werkgever wegens plichtsverzuim. Het hof stelde vast dat het ontslag niet onevenredig was en dat het inkomensverlies van de man niet voor herstel vatbaar was.
De man kon door zijn leeftijd en beperkte werkervaring niet terugkeren in een vergelijkbare functie en zijn onderneming genereerde onvoldoende inkomsten, wat werd bevestigd door een negatief resultaat en een toegekende Bbz-uitkering. Het hof achtte het redelijk om de man de kans te geven zijn onderneming voort te zetten, mede op basis van een positief advies over de levensvatbaarheid van zijn bedrijf.
Op basis van het oude inkomen van de man berekende het hof een draagkracht die rechtvaardigt dat hij een lagere bijdrage van €233 bruto per maand aan partneralimentatie betaalt, met ingang van 4 juli 2016, de datum van het inleidend verzoek. Een terugbetalingsverplichting van de vrouw werd uitgesloten omdat de man sinds het ontslag geen alimentatie had betaald.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd naar €233 bruto per maand met ingang van 4 juli 2016.