Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
wonende te [A] ,
verder te noemen: [verzoeker] (de vader van [verweerster2] ),
advocaat mr. J.B. Peters te Zoetermeer,
verder te noemen: [de moeder] (de moeder van [verweerster2] ),
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat het mentorschap en bewindvoering voor een meerderjarige met een verstandelijke beperking centraal. De vader van de betrokkene is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kantonrechter die de moeder tot mentor en bewindvoerder heeft benoemd. Hij verzet zich tegen deze benoeming en verzoekt zelf tot mentor en bewindvoerder te worden benoemd, al dan niet met een onafhankelijke derde.
Het hof overweegt dat het mentorschap noodzakelijk is vanwege de geestelijke toestand van de betrokkene en dat de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene voor haar moeder als mentor moet worden gevolgd, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. Ondanks het ernstige conflict tussen ouders en de zorgen van de vader, ziet het hof geen gegronde redenen om af te wijken van deze voorkeur.
Wel wordt het beroep van de vader deels gehonoreerd door de benoeming van een tweede mentor en tweede bewindvoerder, een persoon die al lang betrokken is bij de zorg en begeleiding van de betrokkene. Het verzoek van de vader om de moeder als bewindvoerder te ontslaan wordt afgewezen wegens gebrek aan gewichtige redenen.
Het hof wijst ook het verzoek af om de moeder en betrokkene te verplichten aanvullende stukken over te leggen, en verklaart dat het verzoekschrift in hoger beroep geen schorsende werking heeft. De beschikking van de kantonrechter wordt voor het merendeel bekrachtigd, met uitzondering van de benoeming van de tweede mentor en bewindvoerder die het hof alsnog toewijst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het mentorschap van de moeder, wijst de benoeming van de vader af, en benoemt een tweede mentor en bewindvoerder naast de moeder.