Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, sinds 2008 onder toezicht en met een machtiging tot uithuisplaatsing, verbleef sinds juni 2018 in een gesloten jeugdhulpinstelling. De kinderrechter had een machtiging tot gesloten plaatsing verleend wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.
In hoger beroep betwist verzoekster de noodzaak van de gesloten plaatsing en stelt dat deze negatieve effecten heeft op haar ontwikkeling, terwijl alternatieven mogelijk zijn. De gecertificeerde instelling (GI) verdedigt de maatregel vanwege gedragsproblemen en de noodzaak van therapie in een veilige omgeving.
Het hof stelt vast dat formele vereisten zijn voldaan maar concludeert dat de gesloten plaatsing niet langer noodzakelijk is. Verzoekster heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt, toont motivatie en kan in een open setting passende therapie ontvangen. De gezinshuismoeder is bereid haar terug te nemen.
Het hof weegt het risico van negatieve effecten van voortzetting van de gesloten plaatsing zwaarder dan het risico van onttrekking aan hulp in een open setting. Daarom wordt de machtiging tot gesloten jeugdhulp met ingang van heden beëindigd en het verzoek daartoe afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdhulp wordt met ingang van heden beëindigd en het verzoek tot verlenging afgewezen.