Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Op 6 februari heeft u het verzoek gedaan om een gedeelte van het bedrijfspand tijdelijk te mogen verhuren voor bewoning. Wij hebben besloten geen medewerking te verlenen aan uw verzoek om onderstaande reden:
voor een periode van 6 maanden het besluit genomen voor tijdelijke bewoning. Het kraken kan pas weer plaatsvonden vanaf 1 jaar na leegstand (in dit geval na 1 november 2006). Aangezien er geen directe dreiging is van kraken is het tijdelijk toestaan van bewoning niet noodzakelijk.”
grieven 1 tot en met 11 en grief 14falen.
grief 13klaagt [appellanten] erover dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Gemeente bij de ontruiming van het pand in 2012 niet veel meer schade kon aanrichten en dat het op de weg van [appellanten] had gelegen aan te tonen welke schade precies door de Gemeente door deze ontruiming was veroorzaakt.
grief 15, die betrekking heeft op de veroordeling van [appellanten] . in de proceskosten van de eerste aanleg.