ECLI:NL:GHARL:2018:7859
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep bij kantonrechter
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, waarbij het dossier was teruggewezen naar de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie. De kernvraag was of het hoger beroep ontvankelijk was, hetgeen afhankelijk was van het instellen van beroep bij de kantonrechter conform artikel 14 van Pro de Wahv.
De kantonrechter had vastgesteld dat er geen kantonberoep was ingesteld. Hoewel er beroep was ingesteld tegen de inleidende beschikking, was dit beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Latere pogingen tot beroep werden niet als een geldig kantonberoep aangemerkt. De gemachtigde voerde aan dat er nog geen beslissing was genomen op het administratief beroep en dat het verzoek was gedaan om binnen twee weken een beslissing te nemen.
Het hof oordeelde echter dat uit de stukken onvoldoende bleek dat er daadwerkelijk een wil was om een hogere voorziening te vragen tegen de beslissing van de officier van justitie. Daarom werd geconcludeerd dat er geen beroep was ingesteld bij de kantonrechter en het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroep bij de kantonrechter.