Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: betrokkene,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene werd in 2016 onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter hief het bewind ambtshalve op per 1 januari 2018 vanwege een onwerkbare situatie tussen betrokkene en de voormalig bewindvoerder.
In hoger beroep verzoekt betrokkene vernietiging van deze opheffing en herbenoeming van een bewindvoerder. Het hof constateert dat betrokkene nog steeds niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen, maar dat de opheffing van het bewind vooral voortkwam uit de verstoorde relatie met de voormalig bewindvoerder.
Dankzij begeleiding van haar oudste zoon en een sociaal wijkteam is de financiële situatie van betrokkene gestabiliseerd. Het hof geeft betrokkene het voordeel van de twijfel en stelt een nieuw bewind in met een onafhankelijke bewindvoerder, die zich bereid heeft verklaard deze taak op zich te nemen.
Het hof bekrachtigt de eerdere opheffing voor de periode vanaf 1 januari 2018 tot heden en stelt nadien het nieuwe bewind in. Tevens worden de vergoedingen voor de bewindvoerder vastgesteld en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt het bewind over de goederen van betrokkene opnieuw in en benoemt een onafhankelijke bewindvoerder.