ECLI:NL:GHARL:2018:7613

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 augustus 2018
Publicatiedatum
23 augustus 2018
Zaaknummer
WAHV 200.205.394
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 9 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg appelverbod officier van justitie bij matiging sanctie WAHV

De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaarde en de sanctie matigde tot nihil. De officier van justitie stelt dat de kantonrechter de sanctie niet had mogen matigen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren.

Het hof overweegt dat artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) het hoger beroep door de officier van justitie beperkt tot situaties waarin de sanctie hoger is dan € 70 of wanneer het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. In deze zaak is geen sprake van deze situaties.

Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat hoger beroep wel mogelijk is als de kantonrechter de beschikking vernietigt op grond van artikel 9 Wahv Pro of de sanctie verlaagt vanwege de omstandigheden van de gedraging. Echter, wanneer de sanctie is verlaagd vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene tot € 70 of minder, staat hoger beroep niet open.

Omdat de kantonrechter de sanctie matigde tot nihil vanwege de omstandigheden waarin betrokkene verkeerde, is het hoger beroep van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod.

Uitspraak

WAHV 200.205.394
23 augustus 2018
CJIB 194052437
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 26 oktober 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 0,00.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter de sanctie niet had mogen matigen. Er zou namelijk geen sprake zijn van bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor geven.
2. Artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
3. Het hof heeft eerder geoordeeld dat ondanks de hiervoor vermelde beperkingen er voor de officier van justitie ook hoger beroep openstaat wanneer de kantonrechter de inleidende beschikking heeft vernietigd op één van de gronden die in artikel 9 van Pro de Wahv zijn genoemd of het oordeel van de kantonrechter tot vernietiging had moeten leiden (vgl. het arrest van het hof van 20 juli 2010, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632). Dat geldt ook voor gevallen waarin de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder vanwege de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Er is echter geen hoger beroep mogelijk wanneer de kantonrechter de sanctie heeft verlaagd tot € 70,- of minder gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert.
4. De kantonrechter heeft in de omstandigheden waarin de betrokkene verkeerde aanleiding gezien de sanctie te matigen tot nihil. Dat brengt mee dat tegen de beslissing van de kantonrechter geen hoger beroep openstaat. Het hof zal het hoger beroep van de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.