Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaarde en de sanctie matigde tot nihil. De officier van justitie stelt dat de kantonrechter de sanctie niet had mogen matigen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren.
Het hof overweegt dat artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) het hoger beroep door de officier van justitie beperkt tot situaties waarin de sanctie hoger is dan € 70 of wanneer het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. In deze zaak is geen sprake van deze situaties.
Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat hoger beroep wel mogelijk is als de kantonrechter de beschikking vernietigt op grond van artikel 9 Wahv Pro of de sanctie verlaagt vanwege de omstandigheden van de gedraging. Echter, wanneer de sanctie is verlaagd vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene tot € 70 of minder, staat hoger beroep niet open.
Omdat de kantonrechter de sanctie matigde tot nihil vanwege de omstandigheden waarin betrokkene verkeerde, is het hoger beroep van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod.