ECLI:NL:GHARL:2018:7578
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens onuitvoerbare voorwaarden en risico's voor slachtoffer
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 7 maart 2018 beslist op het verzoek van de advocaat-generaal tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Deze schorsing was eerder op 26 februari 2018 toegekend onder voorwaarden, waaronder verblijf op een specifiek adres.
Na onderzoek bleek dat verdachte niet op het genoemde adres kan verblijven en dat de reclassering risico's voor het slachtoffer ziet bij voortzetting van de schorsing. Hoewel een alternatief adres mogelijk is gevonden, is nog geen intakegesprek geweest en is onduidelijk wanneer en onder welke voorwaarden dit adres beschikbaar zal zijn.
Gezien deze omstandigheden en het feit waarvoor verdachte is veroordeeld, acht het hof voortzetting van de schorsing niet verantwoord en wijst het de vordering tot opheffing toe. Het hof benadrukt dat dit geen verkapt appel is op de eerdere beslissing, maar gebaseerd is op nieuwe feiten en omstandigheden.
De voorlopige hechtenis dient te worden ondergaan in het huis van bewaring te Zutphen of een andere wettige plaats van detentie. De behandeling van een nieuw verzoek tot schorsing komt hierdoor te vervallen.
Uitkomst: De schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en verdachte dient de voorlopige hechtenis te ondergaan in het huis van bewaring te Zutphen.