ECLI:NL:GHARL:2018:7577
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis wegens zwaarder maatschappelijk belang
Verdachte werd door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet en gewoontewitwassen, met een gevangenisstraf van twee jaar en negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Zowel verdachte als het Openbaar Ministerie stelden hoger beroep in.
De voorlopige hechtenis van verdachte werd in hoger beroep geschorst tot de uitspraak van het hof. Bij arrest van 1 december 2017 veroordeelde het hof verdachte tot vier jaar gevangenisstraf voor dezelfde feiten en wees een nieuw verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege de vooraanstaande rol van verdachte in de criminele organisatie en het voortbestaan van de hechtenisgronden.
Verdachte stelde cassatie in en verzocht opnieuw om schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof overwoog dat het maatschappelijk en strafvorderlijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing. Daarom werd het verzoek afgewezen op 21 februari 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het maatschappelijk belang.