Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten] c.s.,
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
(…)
3. [geïntimeerde1] zal met ingang van 1 januari 2015 maandelijks € 500,- betalen aan [appellant] totdat de volledige lening inclusief verschuldigde rente is afgelost.
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
Concrete feiten of omstandigheden waaruit volgt dat de geldlening die [geïntimeerde1] is aangegaan als een huishoudelijke schuld in de zin van artikel 1:85 BW Pro dient te worden aangemerkt zijn gesteld noch gebleken, zodat niet is komen vast te staan dat de geldlening een schuld betreft waarvoor [geïntimeerden] op grond van artikel 1:102 BW Pro aansprakelijk is." (rov. 4.3 van het bestreden vonnis).