ECLI:NL:GHARL:2018:6600
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige hoofdverblijfregeling minderjarigen in kort geding
Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen. Na langdurige procedures en een echtscheiding is het hoofdverblijf van twee minderjarigen sinds medio 2017 feitelijk bij de vader. De moeder vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis dat het voorlopige hoofdverblijf bij de vader laat, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelt over de kinderbijslag.
De rechtbank had het voorlopige hoofdverblijf bij de vader bepaald, ondanks het ouderschapsplan en eerdere beschikking die het hoofdverblijf bij de moeder legden. Het hof overweegt dat de feitelijke situatie en belangen van de kinderen, waaronder loyaliteitsproblemen en kwetsbaarheid van een kind, het niet rechtvaardigen de verblijfplaats te wijzigen. De veiligheid en zorg door de vader zijn onvoldoende onderbouwd betwist.
De kinderbijslag wordt toegekend aan de vader vanaf inschrijving van de kinderen op zijn adres. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de grieven van partijen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het voorlopige hoofdverblijf van de minderjarigen bij de vader laat en wijst de grieven van partijen af.