Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, erfgenaam van erflater, maakte bezwaar tegen een aanslag erfbelasting die was opgelegd na het verstrijken van de reguliere termijn. De Inspecteur had uitstel verleend voor het doen van aangifte tot 1 oktober 2012, terwijl de oorspronkelijke indieningsdatum 1 mei 2012 was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Tijdens het hoger beroep bleek uit getuigenverklaringen dat de erfgenamen niet wisten van de indieningsdatum en dat de belastingadviseur [C] de aangifte verzorgde, inclusief het verzoek om uitstel. Het hof oordeelde dat de opdracht aan [C] impliciet ook het verzoek om uitstel omvatte, en dat het uitstel duidelijk kenbaar was voor de gemachtigde, waardoor de aanslagtermijn verlengd werd.
Het hof bevestigde dat de aanslag tijdig was opgelegd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. A. van Dongen, mr. R.A.V. Boxem en mr. M.G.J.M. van Kempen op 17 juli 2018.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de aanslag erfbelasting tijdig is opgelegd vanwege het verleende uitstel voor de aangifte.