ECLI:NL:GHARL:2018:597
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratief beroep zonder termijn voor aanvulling gronden
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde. De gemachtigde van betrokkene stelde dat onterecht geen termijn was gegeven om de beroepsgronden aan te vullen.
Het hof overwoog dat een voorlopige indicatie van gronden in het beroepschrift voldoende is om van een grond te spreken. Indien uit het beroepschrift blijkt dat de indiener gronden wil aanvullen, dient in principe een termijn te worden gegeven, tenzij een redelijk belang ontbreekt. Hier was sprake van een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verzoek om aanvulling, maar de officier van justitie gaf geen termijn.
Desondanks oordeelde het hof dat op grond van artikel 6:22 Awb Pro de beslissing in stand kan blijven als geen benadeling is opgetreden. De reeds ingebrachte algemene ontkenning en het ontbreken van nieuwe gronden in hoger beroep maakten dat betrokkene niet benadeeld was. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd, met verbetering van gronden, en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.