Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoeker1] ,
de bewindvoerders,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek van bewindvoerders om toestemming te verkrijgen voor het doen van schenkingen uit het vermogen van een onder bewind gestelde rechthebbende, een vrouw geboren in 1929 die sinds 2016 in een verzorgingstehuis verblijft. De kantonrechter had dit verzoek afgewezen omdat niet was voldaan aan de hoofdregel dat een schenkingstraditie moet worden aangetoond.
De bewindvoerders gingen in hoger beroep en stelden dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigen. Zij onderbouwden dit met een financieel rapport waaruit blijkt dat het vermogen na de schenkingen nog ruim voldoende is om de kosten van levensonderhoud en eigen bijdrage te dekken. Tevens is de wens van de rechthebbende om schenkingen te doen aan haar kinderen en kleinkinderen, die nu in een levensfase zijn waarin financiële ondersteuning nuttig is.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van een schenkingstraditie, de bijzondere omstandigheden en de omvang van het vermogen een eenmalige schenking rechtvaardigen. De machtiging werd daarom verleend voor een totaalbedrag van € 161.216,-- verdeeld over de kinderen en kleinkinderen. De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en de nieuwe beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent machtiging voor een eenmalige schenking van in totaal € 161.216,-- aan de kinderen en kleinkinderen van de rechthebbende.