Uitspraak
kantoorhoudende te [C] .
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
2 augustus 2016 geboden gelegenheid om alsnog een geldige machtiging over te leggen en de gronden van beroep aan te voeren.
7 dagen is immers volstrekt niet redelijk.
23 september 2015 heeft verzocht om te worden gehoord. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat zich hier niet een van de in artikel 7:17 Awb Pro genoemde situaties voordoet op grond waarvan van het horen kan worden afgezien, is sprake van een schending van de hoorplicht. Dit brengt mee dat de beslissing van de officier van justitie niet in stand kan blijven. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie dan ook gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. Gelet daarop behoeven de overige bezwaren tegen de beslissing van de officier van justitie geen bespreking meer.
Daarbij is van belang dat bijvoorbeeld het kenteken [01-YYY-0] een vergelijkbare auto oplevert, zodat niet valt uit te sluiten dat een andere auto/bestuurder de verweten gedraging heeft verricht. Voorts voert de gemachtigde van de betrokkene aan dat de bestuurder niet is staande gehouden. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat zich geen reële mogelijkheid daartoe heeft voorgedaan. Tot slot voert de gemachtigde van de betrokkene aan dat de beschikking onvoldoende specifiek is, nu de gedraging niet individualiseerbaar is. Immers blijkt niet precies waar op de Parklaan de gedraging heeft plaatsgevonden. Evenmin blijkt uit de beschikbare informatie waar de verbalisant reed en hoe deze een en ander heeft waargenomen. Ook blijkt niet waarom het rechts inhalen daar verboden was.
Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 501,- (=2 x € 501,- x 0,5).