Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: appellant)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 212.550,. (…)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant, werknemer van [A] B.V., maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonheffingen die aan zijn werkgever was opgelegd voor het jaar 2008, met betrekking tot certificaten van aandelen die hij had verkregen. De aanslag was aanvankelijk als eindheffing opgelegd, maar later verminderd na een vaststellingsovereenkomst tussen werkgever en inspecteur.
Appellant diende zijn bezwaar te laat in, waarop de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij pas later inzage kreeg in de aanslag en de vaststellingsovereenkomst, en dat hij niet op de hoogte was gesteld van de aanslag.
Het hof oordeelde dat appellant vanaf het moment dat de naheffingsaanslag werd verminderd en hij als belanghebbende werd aangemerkt, het recht had bezwaar in te dienen. Gezien de onduidelijkheid over de mogelijkheid van bezwaar door werknemer tegen een aan de werkgever opgelegde aanslag en de omstandigheden, was de termijnoverschrijding verschoonbaar. Het hof vernietigde de eerdere uitspraken en bepaalde dat de inspecteur opnieuw op het bezwaar moet beslissen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar van appellant ontvankelijk en draagt de inspecteur op opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar.