Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 3 oktober 2017, waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen werd verlengd. De moeder betwistte deze verlenging en verzocht om een kortere duur en nader onderzoek naar haar opvoedingsmogelijkheden.
De feiten tonen aan dat de kinderen sinds januari 2017 bij pleegouders verblijven vanwege ernstige pedagogische en emotionele verwaarlozing in de thuissituatie. Ondanks langdurige hulpverlening verbeterde de situatie niet, en de kinderen vertonen ontwikkelingsachterstanden. Het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding.
Het hof wees het verzoek van de moeder af om nader onderzoek te verrichten, omdat dit niet relevant is voor de beslissing en te belastend zou zijn voor de kinderen. Ook werd geoordeeld dat de uithuisplaatsing, hoewel een inbreuk op het gezinsleven, gerechtvaardigd is volgens artikel 8 EVRM Pro.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de moeder tot uitbouw van contactmomenten werd niet-ontvankelijk verklaard. Het hof benadrukte het belang van continuïteit en veiligheid voor de kinderen in het pleeggezin.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen is bekrachtigd en het verzoek van de moeder tot nader onderzoek en uitbreiding van contactmomenten is afgewezen.