Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- de vrouw een bedrag ter hoogte van € 2.400,- aan de man dient te betalen ter zake de door haar geïnde vordering op haar ouders van € 4.800,-;
- aan de man de waarde van de aandelen van [verzoeker] Holding B.V. en het aandeel van de man in [verzoeker] Administratie/Belastingen/Advies VOF toegedeeld wordt;
- de man in de onderlinge verhouding geheel draagplichtig is voor de schulden van de man aan de belastingdienst die zien op de periode voor 2 december 2015 en van (zijn aandeel in) de schulden van [verzoeker] Administratie/Belastingen/Advies VOF.