Uitspraak
[appellant],
Oxeye,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vorderde Oxeye B.V. betaling van een bedrag van €1.250,- vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten van €375,- van appellant. De kantonrechter veroordeelde appellant tot betaling van €1.476,88 plus rente en proceskosten. Appellant stelde hoger beroep in met het verzoek het vonnis te vernietigen en de vorderingen af te wijzen.
Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de hand van artikel 332 lid 1 Rv Pro, waarbij de appelgrens van €1.750,- geldt voor de waarde van de vordering in eerste aanleg. Hierbij wordt gekeken naar de vordering op het moment van het eindvonnis, exclusief proceskosten. De totale vordering bedroeg €1.713,96, wat onder de appelgrens valt.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep en ging niet in op de inhoudelijke behandeling. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vastgesteld op €718,- griffierecht en €632,- advocaatkosten volgens het liquidatietarief.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet bereiken van de appelgrens en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.