ECLI:NL:GHARL:2018:2610
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden
Betrokkene werd een administratieve sanctie van €160 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 28 augustus 2014. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde dat hij de telefoon slechts kort met duim en wijsvinger uit zijn broekzak haalde om de tijd te checken en dat het proces-verbaal onjuist en niet rechtsgeldig was.
Het hof oordeelde dat het vasthouden van een mobiele telefoon, ook gedeeltelijk uit de broekzak halen, onder het verbod van artikel 61a RVV 1990 valt. De verklaring van de verbalisant in het CJIB-zaakoverzicht vormde een voldoende grondslag, ondanks enkele onjuistheden in een ander proces-verbaal. De kantonrechter had de motivering adequaat gegeven en had terecht de verklaring van de verbalisant betrokken.
Verder stelde betrokkene dat het verweerschrift van het openbaar ministerie te laat was ingediend, maar het hof stelde vast dat de Wahv geen sanctie kent voor termijnoverschrijding en dat betrokkene hierdoor niet in zijn verdedigingsbelang was geschaad. Ook werd de procedure niet als verstoord beschouwd.
Ten slotte oordeelde het hof dat de redelijke termijn van berechting niet was overschreden en dat het beroep terecht ongegrond was verklaard. Het verzoek tot vergoeding van kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.