Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, de beschikking van de Rechtbank Overijssel d.d. 17 juni 2016 onder kenmerk C/08/154689/ES RK 14-901 te vernietigen en opnieuw rechtdoende, doende wat de eerste rechter had behoren te doen, de vorderingen van de vrouw in verband met de toepasselijkheid van Pakistaans recht alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze vorderingen aan de vrouw te ontzeggen. Kosten rechtens."
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
grief IIIin het incidenteel hoger beroep betoogt, mee dat de Engelse Common Law op het huwelijksvermogensregime van partijen van toepassing is.
vier grieven in het principaal hoger beroepin essentie dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat partijen vergevorderde schikkingsonderhandelingen hadden getroffen over een vermogensrechtelijke afwikkeling in die zin dat de op naam van de man staande - doch op naam van beide partijen verhypothekeerde - woning aan de [a-straat 1] te [A] , aan de vrouw zou worden toebedeeld, waarbij de man uiterlijk op de dag van levering diende te zijn ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. De vrouw betoogt voorts dat, anders dan de rechtbank kennelijk heeft geoordeeld, de conform het voorgaande gegeven beslissing niet overeenkomstig de uitgangspunten van de toepasselijke Common Law is.
woning aan de [a-straat 1]
waarde panden aan de [b-straat 2] en [c-straat 3] (woning en bedrijfspand)
waarde brommer
waarde auto
saldi bankrekeningen op naam van de man
de (overige) schulden van de man
Schuld aan de broer van de man.
economische gerechtigdentot het pand aan de [b-straat 2] zijn, ieder voor de helft (behoudens de rechten van hun echtgenoten), alsmede dat beiden aansprakelijk zijn voor de helft van de toen aanwezige hypothecaire schuld. Echter in de overgelegde aangifte Inkomstenbelasting 2014 van de man wordt geen melding gemaakt van enig aandeel van de broer in de waarde van de panden, nu de volledige waarde daarvan als vermogen van de man wordt opgevoerd. Ook wordt daarin geen melding gemaakt van enige aansprakelijkheid van de broer voor de ter zake van die panden opgevoerde hypothecaire schulden, welke schulden blijkens de stukken op naam van de man staan en waarvoor de man de rente en aflossing betaalt. Uit de aangifte blijkt dat de waarde van de panden op de peildatum volledig aan de man toebehoorde. De man heeft ook erkend dat de [b-straat 2] / [c-straat 3] volledig aan hem zijn toegedeeld en dat zijn broer uit de hypothecaire verplichtingen is ontslagen, maar wel met de verplichting dat de man bij verkoop van de onroerende zaken 50% van de overwaarde aan zijn broer moet betalen. De vrouw heeft dit betwist en gezegd dat zij diverse malen om bewijsstukken hiervan heeft gevraagd. De man heeft geen gegevens verstrekt die zijn stelling onderbouwen, maar hij heeft wel aangeboden te bewijzen dat zijn broer op de peildatum nog recht had op de helft van de overwaarde van de panden. Het hof zal de man toelaten tot dit bewijs als na te melden.
. De door de vader verstrekte lening.
De door mevrouw [D] verstrekte lening.
€ 74.127,89
saldo bankrekening op naam van de vrouw
de inboedel van de winkel van de vrouw (naaiatelier)
overig vermogen
6.De beslissing
beidepartijen, van hun advocaten en van de getuigen binnen twee weken na heden zal doen toekomen aan de griffie van het hof, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;