ECLI:NL:GHARL:2018:2104
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake schending hoorplicht en kostenvergoeding
In hoger beroep heeft de gemachtigde van de betrokkene verzocht om de bezwaren in administratief beroep en bij de kantonrechter als herhaald en ingelast te beschouwen, zonder verdere motivering. Het hof oordeelt dat dit verzoek geen zelfstandige beroepsgrond vormt voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.
De betrokkene stelde dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door hem niet te horen. Het hof stelt vast dat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat geen verzoek tot horen was gedaan, mede omdat geen contactgegevens waren verstrekt en de enkele verwijzing naar het recht van artikel 7 lid 2 Wahv Pro niet als een hoorverzoek kan worden beschouwd.
Het hof benadrukt dat de officier van justitie alleen verplicht is te horen indien hier expliciet om wordt verzocht. Gelet hierop is de klacht over schending van de hoorplicht ongegrond. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.