Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de zorg- en omgangsregeling voor een minderjarige geboren in 2009 centraal, waarbij de ouders in conflict zijn over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die een zorgregeling vaststelde, en verzocht om een regeling conform het advies van de raad, waarbij de minderjarige een weekend per veertien dagen en een woensdag bij de vader verblijft.
De vader verzet zich tegen het hoger beroep en wil de beschikking van de rechtbank bekrachtigd zien. Het hof heeft een aanvullend onderzoek laten verrichten door de raad, die concludeerde dat de minderjarige lijdt onder de strijd tussen de ouders, met angstige en depressieve klachten, en adviseerde een zorgregeling met minder wisselingen en meer rust.
Het hof constateert dat de ouders niet in staat zijn om constructief samen te werken en dat de loyaliteit van het kind richting de moeder mogelijk zijn wens beïnvloedt. Het belang van het kind staat voorop, waarbij rust, structuur en duidelijkheid essentieel zijn. Het hof volgt het advies van de raad en stelt een regeling vast waarbij de minderjarige eens per twee weken van woensdag na school tot maandagochtend bij de vader verblijft, met een gelijke verdeling van vakanties en feestdagen.
Hoewel de communicatie tussen de ouders slecht is, ziet het hof dit niet als belemmering voor de regeling, maar benadrukt het belang van respect en samenwerking in het belang van het kind. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe zorgregeling.
Uitkomst: Het hof stelt een uitgebreide weekendregeling vast waarbij de minderjarige eens per twee weken van woensdag na school tot maandagochtend bij de vader verblijft.