ECLI:NL:GHARL:2018:1520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens ontbreken gronden in hoger beroep verkeersboete
De zaak betreft hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde. Het beroepschrift bevatte geen gronden en de gemachtigde van betrokkene heeft geen termijn gevraagd om deze alsnog in te dienen.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld zonder dat betrokkene of zijn gemachtigde aanwezig waren en heeft het beroep ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat geen rechtsregel de kantonrechter verplicht om zonder verzoek een termijn te geven voor het indienen van gronden. Artikel 6:6 Awb Pro verplicht slechts tot het geven van een termijn wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk wil verklaren, wat hier niet aan de orde was.
De gemachtigde had voldoende gelegenheid om gronden in te dienen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin expliciet een uitdrukkelijke wens tot aanvulling vereist is. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.