ECLI:NL:GHARL:2018:1314
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevel tot gevangenhouding verdachte wegens opzetheling en recidive
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 7 februari 2018 beslist over de vordering van de advocaat-generaal tot gevangenhouding van verdachte, die eerder door de rechtbank was veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wegens opzetheling. Verdachte was vrijgesproken van de feiten waarvoor voorlopige hechtenis was bevolen, maar veroordeeld voor subsidiaire feiten.
De rechtbank had bij haar uitspraak geen gevangenneming bevolen. Verdachte stelde hoger beroep in, maar het onderzoek ter terechtzitting was nog niet aangevangen en kon nog geruime tijd duren. Het hof oordeelde dat de voorlopige hechtenis voor de vrijgesproken feiten niet langer kon worden voortgezet, maar dat voor de subsidiaire feiten een rechterlijk oordeel bestond dat voorlopige hechtenis rechtvaardigde.
Gezien de eerdere veroordelingen van verdachte wegens vermogensdelicten en het risico op herhaling, achtte het hof gevangenneming voor negentig dagen passend. De vordering tot verlenging van de gevangenhouding werd afgewezen. De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te Arnhem of een andere wettige plaats in Nederland.
Uitkomst: Het gerechtshof beveelt de gevangenhouding van verdachte voor negentig dagen en wijst verlenging van voorlopige hechtenis af.