ECLI:NL:GHARL:2018:1312

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 januari 2018
Publicatiedatum
12 februari 2018
Zaaknummer
05-881724-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SvArt. 71 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking rechtbank en voortzetting voorlopige hechtenis wegens juiste procedure

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland die de voorlopige hechtenis van verdachte had opgeheven. De rechtbank had de voorlopige hechtenis opgeheven omdat de raadsman van verdachte niet op juiste wijze was opgeroepen voor de terechtzitting van 29 november 2017, doordat de dagvaarding abusievelijk aan een oud kantooradres was gestuurd.

De verdediging voerde aan dat het onderzoek ter terechtzitting nietig was en dat de voorlopige hechtenis daarom niet tijdig was verlengd. Het hof oordeelde echter dat nietigheid alleen zou gelden als het onderzoek op die zitting was gesloten en vonnis was gewezen, wat niet het geval was. Het onderzoek was geschorst en de raadsman krijgt alsnog de mogelijkheid om te verschijnen en de verdediging te voeren.

Het hof stelde vast dat verdachte niet in zijn belangen was geschaad en dat de gronden voor voorlopige hechtenis onverminderd aanwezig zijn. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en gelastte de onverwijlde voortzetting van de voorlopige hechtenis.

De beslissing werd genomen op 24 januari 2018 door drie raadsheren van het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot opheffing van voorlopige hechtenis en gelast de voortzetting van de voorlopige hechtenis.

Uitspraak

beschikking
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Arnhem
pkn: 05-881724-17
avnr: 000068-03
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] [1995] ,
verblijvende op het adres: [woonplaats] .
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 12 januari 2018, houdende de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door
mr M.F. Wijngaarden, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking, de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 12 januari 2018 en de schriftuur, ingediend door de officier van justitie,
mr M. Hoekstra, van 18 januari 2018. Het hof beschouwt deze schriftuur als appelschriftuur met betrekking tot het beroep van de officier van justitie op grond van artikel 71, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

OVERWEGINGEN:

De raadkamer van de rechtbank heeft op 31 augustus 2017 de gevangenhouding van verdachte voor 90 dagen bevolen. Tijdens de behandeling van de vordering tot gevangenhouding heeft de officier van justitie medegedeeld dat de pro forma-zitting op 29 november 2017 zou plaatsvinden. Begin oktober 2017 heeft mr. M.F. Wijngaarden de verdediging van verdachte overgenomen van mr. E. Vels. Op 24 november 2017 heeft het Openbaar Ministerie aan
mr Wijngaarden per email een reclasseringsrapport verzonden met in de onderwerpregel onder andere “inzake [verdachte] 05-881724-17 MK 29-11-17 te Arnhem”. Ook in de email en in het reclasseringsrapport wordt de zittingsdatum vermeld. Verdachte is gedagvaard voor de terechtzitting van 29 november 2017. Hij heeft afstand gedaan van zijn recht om te verschijnen. Het Openbaar Ministerie heeft een afschrift van de dagvaarding aan mr Wijngaarden gezonden, maar abusievelijk aan zijn oude kantooradres. Mr Wijngaarden is niet ter terechtzitting verschenen. Tegen verdachte is verstek verleend en het onderzoek is geschorst tot de terechtzitting van 14 februari 2018. Mr Wijngaarden stelt dat het onderzoek ter terechtzitting van 29 november 2017 nietig is geweest, omdat aan hem geen afschrift van de dagvaarding is gezonden, en dat daarmee de voorlopige hechtenis van verdachte niet tijdig is verlengd. De raadkamer van de rechtbank is hem daarin gevolgd.
Het hof oordeelt anders. Van nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting van 29 november 2017 zou sprake zijn geweest als op die terechtzitting het onderzoek was gesloten en vervolgens vonnis was gewezen. Dat is niet het geval. Het onderzoek is geschorst en dat had de rechtbank ook moeten doen als al op die terechtzitting was gebleken dat mr. Wijngaarden niet of niet goed was opgeroepen of indien aan hem geen afschrift van de dagvaarding was gezonden. De raadsman is dus alsnog in de gelegenheid om te verschijnen en de verdediging te voeren. Feitelijk is verdachte niet in enig belang geschaad. Daarnaast acht het hof de gronden voor de voorlopige hechtenis onverkort aanwezig. Het hof zal daarom de beschikking waarvan beroep vernietigen en de onverwijlde verdere tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis gelasten.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 69 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep en bepaalt dat de voorlopige hechtenis van verdachte onverwijld verder ten uitvoer wordt gelegd.
Aldus gegeven op 24 januari 2018 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, W.A. Holland en Y.A.J.M. van Kuijck, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.