Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
Bij sancties onder de € 1.000,-, zoals de onderhavige, wordt volstaan met de vaststelling dat artikel 6, eerste lid, van het EVRM is geschonden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene was als kentekenhouder een administratieve sanctie van €34,- opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 6 km/u op een autosnelweg op 8 augustus 2012. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De advocaat-generaal besloot vervolgens de inleidende beschikking met de administratieve sanctie in te trekken, waarmee het doel van het hoger beroep werd bereikt. Hierdoor had betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De gemachtigde van betrokkene verzocht om vergoeding van proceskosten en immateriële schade. Het hof oordeelde dat de proceskosten van rechtsbijstand op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair konden worden toegekend en veroordeelde de advocaat-generaal tot betaling van €744,-. De vergoeding van immateriële schade werd niet toegekend omdat de sanctie onder de €1.000,- lag en het hof volstond met de vaststelling van schending van het redelijke termijnbeginsel conform artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €744,-.