Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele kortgedingprocedure vorderde geïntimeerde de afgifte van een Mercedes Benz 500 SEL uit 1981 van appellant. De kantonrechter wees de vordering toe onder verbeurte van een dwangsom. Appellant stelde zich eigenaar van de auto en voerde een complexe eigendomsgeschiedenis aan, maar het hof concludeerde dat de waarde van de auto slechts €250,- bedroeg.
Het hof oordeelde dat de dwangsommen niet meetellen bij de bepaling van de waarde van de vordering voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep, conform artikel 611h Rv en eerdere jurisprudentie. Hierdoor was de vordering te laag om hoger beroep toe te staan.
Appellant werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof wees het meer of anders gevorderde af. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de drempelwaarde voor hoger beroep in civiele zaken.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens onvoldoende waarde van de vordering.