Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. E.V.S. van Baarle te Utrecht,
verder te noemen: de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ouders van twee minderjarige kinderen, voeren al meer dan tien jaar een heftige ouderstrijd. Na het uiteengaan van hun relatie in 2004 verbleven de kinderen aanvankelijk bij de moeder, maar sinds 2014 woont een kind bij de vader. Beide kinderen stonden meerdere malen onder toezicht.
Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige1] niet in haar belang is vanwege het ernstige communicatiegebrek en het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders. Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag wordt daarom afgewezen. Ook het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen wordt afgewezen, omdat geen gezamenlijk gezag is.
Wat betreft de omgangsregeling wijst het hof het verzoek van de vader af om de moeder te verplichten het contact conform de eerdere beschikking te bewerkstelligen. De omgang is minimaal en begeleid, en het kind wenst geen contact vanwege de druk die zij ervaart. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank en benadrukt dat de vader het contact niet moet afdwingen maar moet wachten tot het kind daartoe bereid is.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag en wijziging hoofdverblijfplaats af en bekrachtigt de bestaande omgangsregeling.